Search verzorgt milieukundige begeleiding na calamiteit met tankstation in jachthaven
Onlangs werd de jachthaven van vakantiepark Doradobeach in Olburgen geconfronteerd met een verontreiniging van het oppervlaktewater door met name afgewerkte olie. Deze verontreiniging werd veroorzaakt door het zinken van en het vervolgens lekken van brandstoffen uit een in de jachthaven gelegen drijvend tankstation. De verontreiniging werd op donderdag 's-morgens om ca. 08.00 uur geconstateerd door de bedrijfsleider van Doradobeach.
De heer Mr. W.H.A.C. Campman (Register Expert) van het expertisebureau Crawford-THG (Nederland) B.V. werd namens verzekeraars aangewezen om ter plaatse de schade te regelen. De heer Campman verzocht Search Milieu B.V ter plaatse milieukundige ondersteuning te geven door middel van advisering, monsterneming en analyses. Namens Search werden Drs. Henk-Jan Wiesenekker en Bas Mikkers ingezet als verantwoordelijke projectmanagers.
Zoals bij iedere calamiteit was ook hier een groot aantal partijen betrokken, waaronder brandweer, politie te water, Rijkswaterstaat, experts van het bureau Crawford-THG en een duikteam van een duik- en bergingsbedrijf. Het duikteam had als taak een eventuele lekkage van het betonnen drijflichaam van het tankstation op te sporen en de mogelijkheid te onderzoeken de lekkage ongedaan te maken. Dit bleek later niet mogelijk te zijn. De brandweer meldde dat uit het tankstation ca. 400 liter afgewerkte olie was gelekt en zich noordwaarts over het water had verspreid langs de dijk. Bovendien werd geconstateerd dat in de jachthaven zelf de verontreiniging door afgewerkte olie aanwezig was. Slechts een deel van de opbouw van het tankstation was nog zichtbaar boven het wateroppervlak. Aan de zuid- en oostzijde van de jachthaven waren door de brandweer reeds kerende schermen in het water aangebracht teneinde verdere verspreiding van de olie te voorkomen.
Er werd een specialistisch bedrijf ingeschakeld om de visuele olieverontreiniging middels vacuümwagens, kolkenzuigers en rioolcombi's vanaf de kade weg te zuigen. Na aankomst van de wagens is de uitvoering van de reinigingswerkzaamheden door Search Milieu B.V. gecoördineerd. Er werd aan één zijde van de visuele oppervlaktewaterverontreiniging aangevangen met het wegzuigen van de olie. Aan Marine Construct B.V. werd opdracht verstrekt om door middel van een nog aan te voeren drijvende bok het tankstation te lichten teneinde het betonnen drijflichaam te kunnen legen en de lekkage en daarmee de toedracht van de calamiteit te kunnen opsporen. Tevens werden in samenwerking met Rijkswaterstaat olieschermen rondom de gehele jachthaven aangebracht om een verspreiding van de oliedrijflaag naar de IJssel te voorkomen indien onverhoopt een veranderende windrichting zou optreden. Binnen een dag na de calamiteit werd een drijvende bok de jachthaven binnengeloodst om het tankstation te lichten. Er bleek nagenoeg een volledige dag nodig om het tankstation te lichten. Zodra dit bereikt was, werd het betonnen drijflichaam leeggepompt. Na onderzoek door Search Laboratorium B.V. kon het niet-verontreinigd water met goedkeuring van Rijkswaterstaat op het oppervlaktewater geloosd worden, binnen de aangelegde extra drijfschermen. Deze extra drijfschermen werden met name aangelegd om bij een mogelijkerwijs optredende lekkage een verspreiding in te perken tot de zone rondom het tankstation. Het deel van de inhoud van het betonnen drijflichaam dat daadwerkelijk door olie verontreinigd bleek te zijn, werd middels vacuümwagens afgezogen en afgevoerd. Na het leegpompen van het tankstation is de binnenzijde door deskundigen geïnspecteerd. Doelstelling was om de oorzaak van de lekkage op te sporen.
In de avond werd besloten om de bok in de jachthaven te laten om het tankstation boven water te houden.
In de hierop volgende dagen zijn de in het tankstation aanwezige brandstoftanks verder leeggepompt en afgevoerd. Gedurende deze werkzaamheden werd de waterkwaliteit nabij de drijfschermen steeds gemeten. Ook tijdens het verwijderen en afvoeren van deze schermen werd de waterkwaliteit steeds getoetst, en werden resterende verontreinigingen middels een vacuümwagen afgezogen en afgevoerd.
Na afronding van deze werkzaamheden werd het tankstation op de oever gelegd. Hierna werd aangevangen met de reiniging van de binnenzijde van het tankstation. Deze werkzaamheden dienden onder gecontroleerde ARBO- en milieukundige omstandigheden te geschieden. Door een specialistisch bedrijf werd, met gebruikmaking van persoonlijke beschermingsmiddelen de reiniging ter hand genomen. Het restant van het binnen het tankstation vrijkomende olie-watermengsel werd eveneens afgezogen en vervolgens afgevoerd. Ook werden de gebruikte olieschermen in een vloeistofdichte container afgevoerd voor reiniging.
Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden om de milieuschade tegen te gaan die ontstaan was door het zinken van het tankstation, is voortdurend overleg geweest tussen Search Milieu B.V. en Rijkswaterstaat (waterkwaliteitsbeheerder). Rijkswaterstaat gaf te kennen tevreden te zijn geweest over de totale gang van zaken rondom de calamiteit, met als belangrijkste doelstelling de olieverontreiniging weg te nemen. Tevens werd, in overleg met het Waterschap Rijn en IJssel, uitvoering gegeven aan een saneringsplan ten behoeve van de lijnvormige visuele olieverontreiniging op de dijk (resterende verontreiniging op contactzone tussen het verontreinigd oppervlaktewater en de dijk).
Ten aanzien van deze nog resterende olieverontreiniging op de dijk langs de jachthaven en een gedeelte daarbuiten werd aanbevolen een bodemonderzoek te laten uitvoeren na het dalen van de waterstand. Het bodemonderzoek zou bestaan uit het steekproefsgewijs bemonsteren van de lijnvormige visuele olieverontreiniging teneinde een uitspraak te kunnen doen over de noodzaak en de urgentie van het verwijderen van een eventueel analytisch vastgestelde verontreiniging. Aan Waterschap Rijn en IJssel werd, als bevoegd gezag in deze, hiertoe goedkeuring gevraagd. Het was bij afronding van de werkzaamheden plezierig te vernemen dat Search in deze de juiste partner was gebleken: 'deskundig en flexibel' was het eindoordeel van betrokkenen. Een uiterst prettig oordeel.
De heer Mr. W.H.A.C. Campman (Register Expert) van het expertisebureau Crawford-THG (Nederland) B.V. werd namens verzekeraars aangewezen om ter plaatse de schade te regelen. De heer Campman verzocht Search Milieu B.V ter plaatse milieukundige ondersteuning te geven door middel van advisering, monsterneming en analyses. Namens Search werden Drs. Henk-Jan Wiesenekker en Bas Mikkers ingezet als verantwoordelijke projectmanagers.
De situatie ter plaatse
Zoals bij iedere calamiteit was ook hier een groot aantal partijen betrokken, waaronder brandweer, politie te water, Rijkswaterstaat, experts van het bureau Crawford-THG en een duikteam van een duik- en bergingsbedrijf. Het duikteam had als taak een eventuele lekkage van het betonnen drijflichaam van het tankstation op te sporen en de mogelijkheid te onderzoeken de lekkage ongedaan te maken. Dit bleek later niet mogelijk te zijn. De brandweer meldde dat uit het tankstation ca. 400 liter afgewerkte olie was gelekt en zich noordwaarts over het water had verspreid langs de dijk. Bovendien werd geconstateerd dat in de jachthaven zelf de verontreiniging door afgewerkte olie aanwezig was. Slechts een deel van de opbouw van het tankstation was nog zichtbaar boven het wateroppervlak. Aan de zuid- en oostzijde van de jachthaven waren door de brandweer reeds kerende schermen in het water aangebracht teneinde verdere verspreiding van de olie te voorkomen.
Er werd een specialistisch bedrijf ingeschakeld om de visuele olieverontreiniging middels vacuümwagens, kolkenzuigers en rioolcombi's vanaf de kade weg te zuigen. Na aankomst van de wagens is de uitvoering van de reinigingswerkzaamheden door Search Milieu B.V. gecoördineerd. Er werd aan één zijde van de visuele oppervlaktewaterverontreiniging aangevangen met het wegzuigen van de olie. Aan Marine Construct B.V. werd opdracht verstrekt om door middel van een nog aan te voeren drijvende bok het tankstation te lichten teneinde het betonnen drijflichaam te kunnen legen en de lekkage en daarmee de toedracht van de calamiteit te kunnen opsporen. Tevens werden in samenwerking met Rijkswaterstaat olieschermen rondom de gehele jachthaven aangebracht om een verspreiding van de oliedrijflaag naar de IJssel te voorkomen indien onverhoopt een veranderende windrichting zou optreden. Binnen een dag na de calamiteit werd een drijvende bok de jachthaven binnengeloodst om het tankstation te lichten. Er bleek nagenoeg een volledige dag nodig om het tankstation te lichten. Zodra dit bereikt was, werd het betonnen drijflichaam leeggepompt. Na onderzoek door Search Laboratorium B.V. kon het niet-verontreinigd water met goedkeuring van Rijkswaterstaat op het oppervlaktewater geloosd worden, binnen de aangelegde extra drijfschermen. Deze extra drijfschermen werden met name aangelegd om bij een mogelijkerwijs optredende lekkage een verspreiding in te perken tot de zone rondom het tankstation. Het deel van de inhoud van het betonnen drijflichaam dat daadwerkelijk door olie verontreinigd bleek te zijn, werd middels vacuümwagens afgezogen en afgevoerd. Na het leegpompen van het tankstation is de binnenzijde door deskundigen geïnspecteerd. Doelstelling was om de oorzaak van de lekkage op te sporen.
In de avond werd besloten om de bok in de jachthaven te laten om het tankstation boven water te houden.
In de hierop volgende dagen zijn de in het tankstation aanwezige brandstoftanks verder leeggepompt en afgevoerd. Gedurende deze werkzaamheden werd de waterkwaliteit nabij de drijfschermen steeds gemeten. Ook tijdens het verwijderen en afvoeren van deze schermen werd de waterkwaliteit steeds getoetst, en werden resterende verontreinigingen middels een vacuümwagen afgezogen en afgevoerd.
Na afronding van deze werkzaamheden werd het tankstation op de oever gelegd. Hierna werd aangevangen met de reiniging van de binnenzijde van het tankstation. Deze werkzaamheden dienden onder gecontroleerde ARBO- en milieukundige omstandigheden te geschieden. Door een specialistisch bedrijf werd, met gebruikmaking van persoonlijke beschermingsmiddelen de reiniging ter hand genomen. Het restant van het binnen het tankstation vrijkomende olie-watermengsel werd eveneens afgezogen en vervolgens afgevoerd. Ook werden de gebruikte olieschermen in een vloeistofdichte container afgevoerd voor reiniging.
Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden om de milieuschade tegen te gaan die ontstaan was door het zinken van het tankstation, is voortdurend overleg geweest tussen Search Milieu B.V. en Rijkswaterstaat (waterkwaliteitsbeheerder). Rijkswaterstaat gaf te kennen tevreden te zijn geweest over de totale gang van zaken rondom de calamiteit, met als belangrijkste doelstelling de olieverontreiniging weg te nemen. Tevens werd, in overleg met het Waterschap Rijn en IJssel, uitvoering gegeven aan een saneringsplan ten behoeve van de lijnvormige visuele olieverontreiniging op de dijk (resterende verontreiniging op contactzone tussen het verontreinigd oppervlaktewater en de dijk).
Ten aanzien van deze nog resterende olieverontreiniging op de dijk langs de jachthaven en een gedeelte daarbuiten werd aanbevolen een bodemonderzoek te laten uitvoeren na het dalen van de waterstand. Het bodemonderzoek zou bestaan uit het steekproefsgewijs bemonsteren van de lijnvormige visuele olieverontreiniging teneinde een uitspraak te kunnen doen over de noodzaak en de urgentie van het verwijderen van een eventueel analytisch vastgestelde verontreiniging. Aan Waterschap Rijn en IJssel werd, als bevoegd gezag in deze, hiertoe goedkeuring gevraagd. Het was bij afronding van de werkzaamheden plezierig te vernemen dat Search in deze de juiste partner was gebleken: 'deskundig en flexibel' was het eindoordeel van betrokkenen. Een uiterst prettig oordeel.
Diensten

