Asbestverdachte materialen veroorzaken onrust op locatie kinderspeelplaats
Bij werkzaamheden in het centrum van IJmuiden werd de aanwezigheid van asbestverdachte materialen geconstateerd. Op de locatie was een kinderspeelplaats ingericht en de onrust was al snel groot. In opdracht van de Milieudienst IJmond werd door Search Milieu B.V. onderzoek gedaan naar de verspreiding van het asbest op en in de bodem van het terrein en werden de risico's in kaart gebracht. Op veel terreinen in Nederland wordt bij het uitvoeren van grondwerkzaamheden de aanwezigheid van asbestverdachte materialen geconstateerd. Door de uitvoering van een gedegen onderzoek is de financiƫle en plantechnische schade vaak tot een minimum te beperken. Voorts wordt het op basis van een onderzoek volgens de best bestaande technieken ook mogelijk uitspraken te doen over de eventueel aanwezige risico's op het terrein en in de omgeving daarvan.
Middels een onderzoek volgens de TNO-MEP methodiek en de ontwerp NEN-5897 werd de asbestverontreiniging in kaart gebracht. Uit het onderzoek werd duidelijk dat de verontreiniging slechts in de toplaag aanwezig was. Naast een besmetting door hechtgebonden plaatmateriaal werd ook een hoeveelheid losse asbestvezelbundels aangetoond. In overleg met de Milieudienst IJmond is besloten bronmaatregelen te treffen om verspreiding van het asbest door grondverzet tegen te gaan. Gekozen is voor het aanbrengen van een cellulosepulp over het maaiveld van het terrein, ondanks het feit dat het vrijkomen van asbestvezels niet werd verwacht. Deze substantie voorkomt verstuiving van de toplaag. Deze tijdelijke maatregel was noodzakelijk omdat grondverzet niet eerder dan over 2 maanden na constatering van het asbest kan plaatsvinden. Op deze eenvoudige wijze werd de veiligheid van de omwonenden gegarandeerd en onrust hiermee weggenomen.
Middels een onderzoek volgens de TNO-MEP methodiek en de ontwerp NEN-5897 werd de asbestverontreiniging in kaart gebracht. Uit het onderzoek werd duidelijk dat de verontreiniging slechts in de toplaag aanwezig was. Naast een besmetting door hechtgebonden plaatmateriaal werd ook een hoeveelheid losse asbestvezelbundels aangetoond. In overleg met de Milieudienst IJmond is besloten bronmaatregelen te treffen om verspreiding van het asbest door grondverzet tegen te gaan. Gekozen is voor het aanbrengen van een cellulosepulp over het maaiveld van het terrein, ondanks het feit dat het vrijkomen van asbestvezels niet werd verwacht. Deze substantie voorkomt verstuiving van de toplaag. Deze tijdelijke maatregel was noodzakelijk omdat grondverzet niet eerder dan over 2 maanden na constatering van het asbest kan plaatsvinden. Op deze eenvoudige wijze werd de veiligheid van de omwonenden gegarandeerd en onrust hiermee weggenomen.

